EPA gestuurd opleiden. Toetsinstrumenten verpleegkundige vervolg- en medisch ondersteunende opleidingen
1 2
3 4
voltooid

Reflectie

hoofdstuk
door: Mandy Leegwater - van der Voort
1 min.

Doel
De PIO/student reflecteert samen met de werkbegeleider op een werksituatie uit de dagelijkse praktijk in de vorm van een reflectiegesprek. De PIO/student leert achteraf door een werksituatie (werkzaamheden aansluitend bij de EPA) samen met de werkbegeleider vanuit verschillende perspectieven te bekijken. De PIO/student neemt hieruit verbeterpunten mee.

Reflectie is een onderdeel van andere toetsvormen, zoals de Korte Praktijk Evaluatie en de Case Based Discussie, en vindt doorlopend mondeling plaats.

Werkwijze
Bij Reflectie worden de volgende stappen gehanteerd:

  1. De PIO/student en werkbegeleider stemmen samen af hoe en wanneer ze het reflectiegesprek voeren.
  2. Het reflectiegesprek wordt gevoerd. Een reflectiegesprek is een gestructureerde dialoog tussen de PIO/student en de werkbegeleider. De werkbegeleider stelt reflectieve vragen over de werkzaamheden van de PIO/student en de PIO/student geeft daar antwoord op.
  3. De werkbegeleider beoordeelt of de PIO/student inzicht heeft in haar/zijn eigen sterke punten en verbeterpunten. Samen reflecteren zij op de werkzaamheden van de PIO/student en brengen zij verbeterpunten in kaart.
  4. De werkbegeleider vult het betreffende formulier van het gebruikte toetsinstrument in. Hierbij worden zowel uitvoering als reflectie meegenomen in het bepalen van het supervisieniveau.

Voorbeeld
Binnen het Noordwest gebruiken we veelal het model van Korthagen.

De Reflectiecyclus van Korthagen is een hulpmiddel of een te doorlopen strategie voor zowel PIO/student als werkbegeleider om zicht te krijgen op hun functioneren en dit (zelfstandig) bij te sturen. Door deze cyclus stapsgewijs toe te passen leer je systematisch reflecteren.

Fase 1: handelen
Wat wilde ik bereiken?
Waar wilde ik op letten?
Wat wilde ik uitproberen?

Fase 2: Terugblikken op het handelen
Wat gebeurde er concreet?
Wat wilde ik?
Wat deed ik?
Wat dacht ik?
Wat voelde ik?

Fase 3: Bewust worden van essentiƫle aspecten
Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen?
Wat is daarbij de invloed van de context/de school als geheel?
Wat betekent dit nu voor mij?
Wat is dus het probleem of de positieve ontdekking?

Fase 4: Formuleren van handelingsalternatieven
Welke alternatieven zie ik?
Welke voor- en nadelen hebben die?
Wat neem ik mij nu voor de volgende keer?