Vrijstellingen
Wanneer een student denkt in aanmerking te komen voor een vrijstelling, dient de student dit voorafgaand aan de opleiding schriftelijk aan te vragen bij de bevoegd leidinggevende van het organisatieonderdeel alwaar de beroeps- of vervolgopleiding plaatsvindt. De student neemt in de schriftelijke aanvraag de volgende onderdelen op:
- Curriculum vitae
- Relevante diploma’s en certificaten
- Motivatie voor de vrijstelling
De bevoegd leidinggevende van het organisatieonderdeel alwaar de beroeps- of vervolgopleiding kan om aanvullende documenten vragen ter ondersteuning aan de beoordeling.
De bevoegd leidinggevende van het organisatieonderdeel alwaar de beroeps- of vervolgopleiding plaatsvindt beoordeelt de vrijstellingsaanvraag en legt de aanvraag ter advisering voor aan de opleidingsinstelling. Voor de verpleegkundige vervolgopleidingen en medisch ondersteunende opleidingen geldt: voor het vrijstellen van EPA’s volgt Noordwest de ‘Richtlijn voor vrijstellingen EPA-gerichte CZO-opleidingen’ van CZO.
De praktijkopleider verwerkt de toegekende vrijstelling in het digitaal portfolio. Ondersteunende documenten en communicatie met de onderwijsinstelling worden in de betreffende EPA geupload. In het tekstvenster van de EPA noteert de praktijkopleider dat de EPA is vrijgesteld en de motivatie tot vrijstellen. De praktijkopleider kent niveau vier toe aan de EPA.